Hallo meneer God… met Anna

Ik weet niet of er wel of geen God is. Ik ben er een paar jaar geleden achter gekomen dat dat een naam heeft: ik ben blijkbaar een agnost. Voor mij staat roepen dat er geen God is gelijk aan roepen dat er wel een God is, ik weet het gewoon niet.

Als kind lieten mijn ouders me vrij in het onderzoeken van alle religies: ik ging als elfjarige in mijn eentje naar de kerk en genoot van alle rituelen, las veel over Bhagwan en Boeddha en vroeg mijn Joodse vriendje de oren van het hoofd. Ik hou van mooie verhalen, ben geïnteresseerd in wat mensen drijft, troost en houvast biedt, dus ik heb de bekendste geloofsboeken in de kast staan. Ik respecteer ieders overtuiging, mits die niet aan anderen wordt opgedrongen of misbruikt om anderen de maat te nemen – en dat gebeurt helaas maar al te vaak: mensen die religie aangrijpen als stok om mee te slaan of anderen (veelal vrouwen, de meeste religies zijn geschreven door mannen) eronder te houden. Dat is volgens mij niet zoals het oorspronkelijk bedoeld is. In de film Stigmata (1999) werd mooi verwoord hoe ik God zou zien – als ik erin zou geloven: “The Kingdom of God is inside you, and all around you, not in mansions of wood and stone. Split a piece of wood… and I am there, lift a stone… and you will find me.”

Het is eigenlijk niet persé een kinderboek, maar ik kreeg het rond mijn elfde en het maakte diepe indruk op me: Hallo Meneer God… met Anna. De titel zal die-hard ongelovigen afstoten, maar dat is onterecht – het is geen reliboek maar een waargebeurd verhaal waar filosofie, wiskunde, theologie en een diepe, zuivere vriendschap de boventoon voeren. Ik lees het nog steeds, eens in de paar jaar.

Het is in 1974 geschreven door ene Fynn, zonder achternaam. Dat was al een statement op zich: het ging hem niet om roem, maar om het verhaal van Anna – een vijfjarig meisje dat hij op zijn negentiende ’s nachts aantrof in de goot, tijdens een zwerftocht door het armoedige East End van Londen in de jaren ’30. Hij nam haar mee naar huis, naar zijn moeder. Anna wilde niet terug naar haar ouders, want, zoals ze zelf zegt: ‘Zij is een kreng en hij ’n zuiplap. En ik ga niet naar die rot-smerissentroep.’

Vanaf dat moment begint hun gezamenlijke reis: Anna ontdekt en duidt de wereld om zich heen, met Fynn als trouwe metgezel die minstens evenveel leert. Anna is onderzoekend en slim en wordt daarin niet afgeremd – of liever gezegd láát zich niet afremmen – door conventies, en dat geldt ook voor haar zoektocht naar haar God. Naast al haar ontdekkingen, bijvoorbeeld het spiegelboek dat Fynn en zij samen maken waardoor ze objecten van alle kanten tegelijk kan bekijken, of licht dat ‘uitrafelt’, onderzoekt ze wie voor haar God is en hoe ze zich tot hem verhoudt. Dat alles gebeurt niet op een kwelerige, zoetsappige manier, maar op een verfrissende kind-manier: eerlijk, open, met humor en relativeringsvermogen en zonder voorkennis en vooroordelen. Anna weigert na één bezoek terug te gaan naar de zondagsschool, omdat ze vindt dat de juf haar niks leert en God alleen maar kleiner maakt. Om diezelfde reden weigert ze naar de kerk te gaan.

Het boek geeft ook een mooi kijkje in de arme wijken van het vooroorlogse Londen, waar iedereen elkaar kent en helpt (of stijfscheldt, afhankelijk van de situatie) en het nachtleven daar, met de hoertjes en de zwervers die Anna met evenveel onbevangenheid leert kennen, zoals haar magische nachtelijke ontmoeting met Ome Piet de Peppel die introduceert in de wereld van Shakespeare.

Het is niet alleen een prachtig en liefdevol geschreven monumentje voor Anna, maar voor mij ook een schoolvoorbeeld (pun intended) van wat er gebeurt als je een kind zélf de wereld laat ontdekken, zonder het overmatig te sturen of te beïnvloeden door school en voorgekauwde kennis. Anna ontdekt spelenderwijs en gedreven door haar eigen onderzoekingsdrift hoe stroom werkt, wat vermenigvuldigen is (het spiegelboek), wat dimensies zijn, wat taal is enzovoorts. Er is een term voor: hackschooling, ik schreef er een paar jaar geleden een stukje over dat je hier kunt teruglezen als het concept je aanspreekt.

Anna’s vlam brandt drie jaar fel. Hoe dat zit moet je zelf maar lezen, maar ook dat deel is zonder overbodig sentiment geschreven en daardoor des te indringender. Zorg dus dat je een zakdoek bij de hand hebt.

In het boek staan schitterende illustraties van Papas, die er bewust voor koos om Anna geen gezicht te geven omdat hij haar niet had gekend. Maar goed ook: zo kan Anna eruit zien zoals je wil.

De oorspronkelijke titel van het boek is Mister God, this is Anna. Fynn is het pseudoniem van Sydney ‘Syd’ George Hopkins (26-03-1919 Poplar, Londen – Somerset 03-07-1999). Later onderzoek wees uit dat Anna echt heeft bestaan, en Sid geen negentien kan zijn geweest toen hij Anna ontmoette, maar waarschijnlijk zestien (omdat de oorlog uitbrak rond de tijd dat het boek eindigt). Hier is meer te lezen over Hopkins’ leven (Engelstalig).

Er zijn meerdere uitgaven geweest van het boek, waaronder eentje met een afschuwelijk zoetsappige omslag. Dat past niet bij Anna, Anna is niet zoetsappig. Het is (gelukkig) nog steeds te krijgen met betere omslagen, zo te zien al vanaf een tientje. Er zijn ook twee vervolgen uitgebracht: Anna’s Boek (1986) met teksten en tekeningen van Anna zélf, en Anna and the Black Knight waar ik de Nederlandse titel niet van heb kunnen terugvinden. Ik heb me er niet aan gewaagd: het eerste boek is voor mij zo volledig, dat elke aanvulling (wellicht geschreven door het succes van het eerste boek) overbodig, of zelfs teveel is.

Ik hoop dat Anna en Fynns schitterende boek nooit vergeten worden.
Ik deel mijn liefde voor Anna met Rihk Samadder van The Guardian, en hij beschrijft het veel beter. Je kunt hier zijn stuk lezen (Engelstalig).

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.