Tot grote hilariteit van mijn intimi heb ik pas één keer in mijn leven gestemd. De oorzaak was simpel: ik wilde niet stemmen zonder me goed te verdiepen in partijprogramma’s, en daar zag ik geen noodzaak toe: ik was best tevreden met hoe het er in Nederland aan toeging.
Nu is dat anders: ik maak me zorgen, ik geloof niet dat het de goeie kant opgaat. Zware bezuinigingen op gebieden die we niet kunnen missen (onderwijs, zorg, cultuur) en een steeds grotere kloof tussen arm en rijk. Leuk dat het begrotingstekort is aangezuiverd (naleving van het Stabiliteits- en Groeipact binnen de eurozone), maar al die bezuinigingen hebben wel een vervelende maatschappelijke bijwerking: juist in tijden van crisis en armoede zoeken mensen een zondebok – en wat is dan makkelijker dan te wijzen naar ‘die buitenlanders’. De multiculturele samenleving is al decennialang een feit en niet meer terug te draaien. Ik geloof in bruggen bouwen, kijken naar overeenkomsten in plaats van verschillen. We zullen het met elkaar moeten doen, en bij voorkeur op een prettige manier.
Ook het uitgangspunt dat we verantwoordelijk zijn voor elkaar en voor elkaar zorgen als het wat minder gaat, wordt steeds minder populair. Juist nu het aantal daklozen groeit en mensen op straat komen te staan omdat ze hun hypotheek niet meer kunnen betalen, zouden we de zwakkeren in onze samenleving beter moeten ondersteunen. Hoe kan het dat zakenlui honderd miljoen euro verdienen aan een deal terwijl er mensen in de rij staan bij de voedselbank? Uit een artikel van Rutger Bregman, dat ik al eerder aanhaalde, blijkt dat de Nederlandse manier om armoede te bestrijden en ‘dat werkschuwe tuig’ aan het werk te schoppen geen resultaten boekt, maar wel miljarden kost. Wordt het geen tijd om daar eens kritisch naar te kijken?
Ook in de zorg gaat het een rare kant op.
Mantelzorgers zijn mensen die langdurig en onbetaald voor een dierbare zorgen. Niet uit vrije keuze, maar uit noodzaak, omdat het iemand betreft waar je van houdt en die je niet in de steek wil laten. Het is dus niet hetzelfde als vrijwilligerswerk en het kan al helemaal niet gezien worden als baan. Veel mantelzorgers hebben immers ook hun eigen leven, vaak met een fulltime baan en een gezin. Al eind vorig jaar werd impliciet aangekondigd dat er een groter beroep op mantelzorgers gedaan zou worden (de ‘participatiesamenleving’) wat op veel weerstand stuitte van mantelzorgverenigingen. Nu blijkt dat er niet alleen een vriendelijk appèl op vrienden en familie wordt gedaan, maar mantelzorg ronduit wordt geforceerd. Ik zal ‘t uitleggen.
Eind 2013 werd impliciet aangekondigd dat er een groter beroep op mantelzorgers gedaan zou worden: de ‘participatiesamenleving’. Die term viel in de Troonrede van 2013 en stuitte op veel weerstand bij mantelzorgverenigingen. Inmiddels blijkt dat er niet alleen een vriendelijk appèl op vrienden en familie wordt gedaan, maar dat mantelzorg in sommige gevallen ronduit wordt geforceerd. Ik zal het uitleggen.
Wij betalen met z’n allen volksverzekeringen. Een daarvan is de AWBZ: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Als je hulpbehoevend bent, bepaalt het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) hoe hulpbehoevend je bent. Dat wordt vertaald in een Zorgzwaartepakket (ZZP), waarmee ook wordt bepaald op welke zorg je aanspraak kunt maken via de AWBZ.
Sinds eind 2013, begin 2014, krijgen mensen met de laagste pakketten—ZZP 1, 2 of 3, vooral hoogbejaarden—geen indicatie meer voor verblijf in verzorgings- of verpleeghuizen. Vanaf 2016 komen daar ook mensen met ZZP 4 bij. In gewone taal: zij moeten thuis blijven wonen. Als ze al zijn opgenomen, worden ze soms terug naar huis gestuurd, waar wijkverpleegkundigen, mantelzorgers en vrijwilligers zich over hen mogen ontfermen.
Dat heeft grote consequenties: steeds meer verzorgingshuizen moeten sluiten, en duizenden lager opgeleide verpleegkundigen verliezen hun baan omdat de lichtere zorg niet meer intramuraal (dus in instellingen) wordt aangeboden. De volgende stap is natuurlijk dat langdurig werklozen worden verplicht tot vrijwilligerswerk – waardoor die ontslagen verpleegkundigen mogelijk onbetaald zorg moeten gaan verlenen aan mensen die nu thuis zitten zonder professionele verzorging.
Daarnaast worden mantelzorgers nog zwaarder belast. Niet alleen wordt van hen verwacht dat ze zorgen voor een zorgbehoevende dierbare die (weer) thuis woont, maar ook in de overgebleven zorginstellingen wordt een beroep op hen gedaan. Doordat zoveel verpleegkundigen zijn ontslagen, is de ‘pool’ die elkaar kan opvangen bij ziekte of vakantie steeds kleiner geworden, en wordt van mantelzorgers verwacht dat ze bijspringen.
En dat noemen we dan onze participatiesamenleving. Ik noem het een rotstreek.
Ik weet ’t, het zijn geen issues die op gemeenteniveau op te lossen zijn, de gemeenteraadsverkiezingen zijn iets anders zijn dan de Tweede Kamerverkiezingen (die zijn pas weer in 2017). Maar wie weet kan ik met mijn stem toch bijdragen aan het begin van een omslag over drie jaar.
