Twee weken na mijn vorige bericht over de avonturen van de handspalk was het dan zover, de afspraak op het gecombineerd spreekuur: de arts en de instrumentmaker, en mijn vader en ik. Na ons gemeld te hebben bij de receptie (de afspraak was bekend, dat was al een goede start, als je maar lang genoeg in het zorgbos ronddoolt ben je blij met kleine dingen) hoefden we niet lang te wachten of we zagen het vertrouwde gezicht van mijn vaders revalidatiearts. Ze begroette ons hartelijk, wenkte ons een kamer in en keek aandachtig naar haar scherm. “Hm, er staat niet bij waarvoor jullie hier zijn.” Ik begon te lachen: no surprise there, en legde uit dat mijn vader een tijdelijke handspalk had die al ver over de houdbaarheidsdatum was.
Ze keek er even naar. Ja, die moest vervangen worden. Er werd geklopt, en er kwam een man om de hoek van de deur die alleen iets van een stoel wilde pakken, maar de revalidatiearts liet hem niet gaan: “Wat toevallig dat je er bent, we hebben je net even nodig!” Het bleek de instrumentmaker te zijn. Laat ik nou hebben gedacht dat we met hen beiden een afspraak hadden. Gelukkig bleek de instrumentmaker een vriendelijke, vakkundige man, die meteen een gipsen kopie ging maken van de tijdelijke spalk. Er werd meteen een vervolgafspraak gemaakt: over twee weken zou mijn vader de ruwe versie passen.
Twee weken later bleek de ruwe versie vele malen zachter en prettiger dan de tijdelijke spalk. Mijn vader mocht zelfs uitkiezen welke kleur de klittenbandjes moesten worden.
Vandaag stond de afspraak om de definitieve spalk op te halen gepland om half drie. Ik had zelf een afspraak in Hilversum die ik eigenlijk niet wilde missen, en omdat mijn vader zoveel mogelijk zelf wil doen en ik nu in de fase zit dat ik aan het onderzoeken ben waar ik misbaar ben, had ik de knoop doorgehakt: regel dit maar zelf, ik ben hier vast niet bij nodig. Om kwart over vier belde mijn vader, dat hij zich afvroeg hoe laat we hadden afgesproken. Verbaasd antwoordde ik dat ik in Hilversum was, en we hadden afgesproken dat hij alleen zou gaan. Hij vertelde dat hij net bij het revalidatiecentrum naar binnen reed. Geschrokken antwoordde ik dat hij dan twee uur te laat voor zijn afspraak was. Eenmaal terug in Amsterdam belde ik hem nog een keer. Hij bromde vergenoegd dat hij tóch geholpen was, zijn gloednieuwe spalk om had en er zelfs een lekker kopje koffie bij had gekregen.
Het heeft ruim tweeënhalve maand geduurd, maar: eind goed, al goed. Op naar de volgende uitdaging!
