Terug in de levingsstand

Na anderhalf jaar in de overlevingsstand te hebben gestaan ben ik eindelijk in de levingsstand aan het komen.

Voor het eerst in weet-ik-veel-hoe-lang met een vriendin op een vrijdagavond ‘in de stad’ – want zo heet het, nu ik op mijn eiland woon – uit eten geweest. Het is zo’n vriendschap waarbij je elkaar soms maanden niet ziet of spreekt, maar het bij het weerzien is of je elkaar gisteren nog hebt gesproken.

Al bij binnenkomst rolden we verbaal als twee kwispelende hondjes over elkaar heen, halve verhalen, nieuw verhaal, oh toch nog even over dat andere, schaterlachen alsof er geen andere mensen in de ruimte zijn. Omdat ik in jaren geen alcohol heb gedronken een white wine spritzer (witte wijn met spa rood) besteld, maar ik kreeg een witte wijn met tonic (nog veel lekkerder!) Maar één (groot) glas gedronken, precies genoeg voor nog meer licht in mijn hoofd – want het is al een tijdje heerlijk licht, alles, en niet alleen door deze prachtige zomer.

We zwierden door de Pijp, de buurt waar ik het grootste deel van mijn puberteit en jongvolwassenheid heb doorgebracht. Een snel rondje langs oude bekende plekken, waaronder een café waar ik vroeger had gewerkt voor een fijne baas. Impulsief liep ik naar binnen, en tot mijn grote verrassing stond diezelfde baas tegen de bar geleund. Zonder iets te zeggen liep ik recht op hem af. Ik knikte glimlachend, hij knikte glimlachend terug.
“Ja he?” zei ik.
“Ja.” antwoordde hij. We moesten lachen.
“Het is lang geleden he? Wel vijfentwintig jaar denk ik. Ben je oud geworden?”
“Ja, ik denk het wel. Een stuk dikker, en een ouwe kop. Jij ook, je bent ook grijs en je gezicht is breder. Maar je ziet er wel heel goed uit.” Ik gaf even een zacht kneepje in zijn arm.
“Blijf je wat drinken?” vroeg hij.
“Nee, ik ben met een vriendin, we moeten weer door.”
Dat laatste loog ik, maar het was een beetje veel, die confrontatie met de tijd en met mijn vroeger.

Vriendin en ik maakten ons rondje af en brachten haar naar haar fiets. We knuffelden, ze groef handig haar fiets tussen de andere fietsen uit, we knuffelden nog een keer en nog een keer en gingen, met blosjes van de pret die we hadden gehad, elk onze eigen weg. Vriendschap is rijkdom.

Onderweg naar huis realiseerde ik me hoe anders die mensenmassa voelde ten opzichte van een jaar geleden. Toen voelde ik me in drukte alleen en ongemakkelijk, gedisconnect. Nu laafde ik me eraan en voelde me juist verbonden.

Eenmaal op ‘mijn’ eiland werd ik me bewust van nog meer rijkdom: the best of both worlds. Wanneer ik maar wil de drukte van de stad op kunnen zoeken, en mijn thuis is een heerlijk huis, in een heerlijke rustige buurt waar ik me compleet veilig voel, ook ’s nachts. Toen ik met mijn hond in het halfdonker over de strook langs het water liep, de frisse lucht rook en het gras langs mijn enkels voelde strijken was mijn geluk compleet. I’m so fucking blessed.

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.