Vandaag kregen we – mijn verlamde hersenletselvader en ik – een brief van de gemeente, die je onderaan dit stukje kunt lezen.
Dit zijn dan van die brieven waarvan ik spontaan in de stress schiet, meer nog dan van een blauwe envelop of een aanmaning. Die zijn tenminste eerlijk en zeggen onomwonden waar je aan toe bent. Deze brief niet, deze brief is indirect, en duidelijk een voorbode van een verandering die ik al verwachtte en waar ik principieel op tegen ben: het inbedden van mantelzorg in het zorgstelsel. Slimme zinnetjes als ‘de gemeente heeft daar extra geld voor vrijgemaakt’ zijn een rookgordijn. Wat de brief eigenlijk doet is je voorbereiden: je gaat meer betalen óf meer zelf doen. We gaan jullie situatie opnieuw bekijken, en kijken waar we nog meer op kunnen bezuinigen. Zo’n brief geeft me vooral een heel machteloos gevoel, want ik kan hier niets tegen doen. Ik heb de puf niet om mensen te mobiliseren, acties te initiëren of te voeren, mijn stem te laten horen anders dan dit blog – en dat probleem heeft het merendeel van de mantelzorgers, ze hebben de energie niet om zich hiertegen te verzetten.
Mijn vader heeft zijn hele leven betaald voor het zorgsysteem wat nu langzaam wordt uitgekleed. Onze vaste lasten zijn het afgelopen jaar alleen maar omhoog gegaan. Ik schreef vorig jaar in dit stukje dat er aan de ‘achterkant’ van de zorg best bezuinigd kan worden: er is een berg wet- en regelgeving die veel simpeler kan waardoor toepassing en handhaving ook simpeler wordt. Kijk alleen al naar de lading instanties die zich erover buigt, het geld en de tijd die dat extra kost, ook aan de kant van de patiënt of de mantelzorger. Kijk dáár eerst eens naar in plaats van op de zorg zelf te bezuinigen – of die zorg uit te besteden aan mantelzorgers.
Ik heb het al vaak gezegd en geschreven, maar zorgverlening is voor mantelzorgers per definitie zwaarder dan voor professionele zorgers, simpelweg door de emotionele factor. We zijn nu twee jaar verder (waarvan ik bijna een jaar zwaar overspannen was), ik ben nog steeds niet gewend aan mijn nieuwe vader en mis de oude. Ik wil zelf kunnen bepalen hoever mijn zorg voor hem gaat, maar de overheid neigt er steeds meer naar me die vrijheid af te nemen. Ik werk me rot om ons hoofd boven water te houden, ik wil en kan er niks meer bij hebben, financieel niet en praktisch niet. Dit soort brieven leveren stress op, en zoals ik in een ander stukje stelde: van stress worden we ongelukkig, minder productief en uiteindelijk ziek. En zo blijft de zorgmolen draaien…

Naschrift/context 2026: per 1 januari 2015 werd de AWBZ, die vanuit het Rijk werd uitgevoerd, afgeschaft en opgesplitst in de Wmo (gemeenten), de Zorgverzekeringswet (wijkverpleging), de Jeugdwet (gemeenten) en de Wet langdurige zorg (voor zwaardere zorg). Daarmee werden rijkstaken overgeheveld naar gemeenten, maar wel met een budgetkorting. Met andere woorden: gemeenten kregen er zorgtaken bij, maar zonder voldoende middelen. Vanuit de Wmo‑verordening moesten gemeenten bovendien eerst nagaan wat burgers en hun netwerk zelf konden doen — terwijl ze zelf nog midden in de transitie zaten, inclusief nieuwe systemen en werkwijzen. Dat verklaart achteraf een deel van de druk die zij op mantelzorgers legden. Het verandert niets aan de frustratie die ik hier beschreef: die richtte zich niet alleen op de gemeente, maar op het hele zorgstelsel dat toen werd uitgekleed.
